De schepping van hemel en aarde

Genesis 1:2

NBV
De aarde was nog woest en doods
NBV21
De aarde was woest en doods

Het woordje ‘nog’ in dit vers is een van de meest besproken woorden in de NBV. Op zich is het wel te verdedigen als weergave van het verbindingswoordje we in het Hebreeuws. Maar ‘nog’ brengt onnodig veel invulling met zich mee. En een meer open formulering, zonder ‘nog’, past beter bij de stijl van Genesis 1.

1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.

Genesis 1:3

NBV
Er moet licht zijn
NBV21
Laat er licht zijn

De NBV biedt hier een prima vertaling, en toch is er een probleem. Want dit ‘moeten’ keert terug in alle scheppingswoorden in Genesis 1, en door de herhaling gaat het opvallen: er ‘moet’ zoveel. Het Nederlands biedt ook nog een andere optie, met ‘laten’. Dat levert een rustiger tekst op. En met ‘laten’ klinkt er zelfs nog meer vanzelfsprekendheid in door dan met ‘moeten’: wat God uitspreekt kómt er ook.

3 God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

6 God zei: ‘Laat er midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7 God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Zo gebeurde het. 8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

9 God zei: ‘Laat het water onder de hemel naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. 10 Het droge noemde Hij aarde, het samengestroomde water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was.

Genesis 1:12

NBV
allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin
NBV21
alle soorten bomen die vruchten dragen met zaad erin

God schept de gewassen, bomen en dieren ‘alle naar hun soort’, vertelt Genesis 1. In goed Nederlands spreek je dan van ‘alle soorten’: alle soorten vogels, alle soorten vee, enzovoort. De NBV varieert op dit punt: soms alle, soms allerlei, soms alle soorten. Dat is jammer, want het is een van de terugkerende motieven in Genesis 1. Door steeds de formulering ‘alle soorten’ te gebruiken, wint de vertaling aan kracht. En het laat zien dat de tekst wil zeggen: de schepping was compleet, er ontbrak niets.

11 God zei: ‘Laat overal op aarde jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12 De aarde bracht jong groen voort: alle soorten zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

strand

In het begin ...

Genesis 1 hoort tot de meest bekende hoofdstukken uit de Bijbel. Eigenlijk moet je zeggen: Genesis 1:1-2:3. Want het scheppingsverhaal dat in Genesis 1 begint, eindigt in Genesis 2:1-3 met de heiliging van de zevende dag.

14 God zei: ‘Laten er lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten dienen als tekens die de feesten aangeven en de dagen en de jaren, 15 en als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. 17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

20 God zei: ‘Laat het water wemelen van levende wezens, en laten er boven de aarde, langs het hemelgewelf, vogels vliegen.’ 21 En God schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en alle soorten vogels, alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. 22 God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ 23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.

24 God zei: ‘Laat de aarde alle soorten levende wezens voortbrengen: alle soorten vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, alle soorten vee en alle soorten dieren die op de aardbodem rondkruipen. En God zag dat het goed was.

De NBV21 komt eraan!

2021 wordt een bijzonder jaar: in oktober verschijnt de NBV21, de bijbel voor de 21e eeuw. Beter, scherper en krachtiger dan de eerste versie uit 2004, mede dankzij reacties van duizenden bijbellezers. De NBV21 brengt je dicht bij de bron.

26 God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. 28 Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ 29 Ook zei God: ‘Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. 30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef Ik alle groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 31 God zag alles wat Hij had gemaakt: het was zeer goed. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

Heb jij de NVB21 al gereserveerd?

De NBV21 is de bijbelvertaling van de 21e eeuw. De NBV21 combineert al het goede van de NBV met alles wat er nog beter kon. Het resultaat: een vertaling die vertrouwd voelt en als nieuw. De NBV21 verschijnt in oktober 2021.