Genesis 2:2-3

NBV
Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag …
NBV21
Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op de zevende dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had. God zegende de zevende dag …

De brontekst noemt de zevende dag driemaal. In de NBV is die zevende dag één keer ‘die dag’ geworden. Dat levert een vloeiende zin op in het Nederlands. Maar dat de zevende dag, vlak achter elkaar, drie keer met nadruk wordt genoemd is een opvallend kenmerk van de tekst. Dat moet in de vertaling bewaard blijven. Het nodigt je bovendien uit om te lezen op een plechtige toon. Precies wat de bedoeling is van deze verzen.

1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op de zevende dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had. 3 God zegende de zevende dag en heiligde die, want op die dag rustte Hij van heel zijn scheppingswerk.

De tuin van Eden

Genesis 2:4

NBV
God, de HEER
NBV21
de HEER God

Genesis 2–3 spreekt over God als Adonai Elohiem. Deze bijzondere naamcombinatie komt in de rest van de Bijbel bijna niet voor. De NBV draait de twee elementen om: ‘God, de HEER’. In de NBV21 volgen we de Hebreeuwse volgorde: ‘de HEER God’. Zo blijft er onderscheid tussen deze (bijzondere) combinatie en andere combinaties van godsnamen in het Oude Testament.

4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, zo werden ze geschapen.

In de tijd dat de heer God aarde en hemel maakte, 5 groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkel gewas opgeschoten, want de heer God had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; 6 wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. 7 Toen maakte de heer God de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

8 De heer God legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. 9 Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.

10 Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. 11 Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. 12 (Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) 13 De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. 14 De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat.

15 De heer God bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. 16 Hij legde hem het volgende verbod op: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, 17 maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’

18 De heer God zei: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’ 19 Toen vormde Hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en Hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. 20 De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. 21 Toen liet de heer God de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij een van zijn ribben weg, en Hij sloot het lichaam weer op die plaats. 22 Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde de heer God een vrouw en Hij bracht haar bij de mens. 23 Toen riep de mens uit:

‘Dit is ze!

Mijn eigen gebeente,

mijn eigen vlees en bloed.

Vrouw wordt zij genoemd,

genomen uit een man.’

Genesis 2:24

NBV
Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.
NBV21
Daarom maakt een man zich los van zijn vader en moeder en hecht hij zich aan zijn vrouw, en zij zullen één lichaam zijn.

Dit vers wordt geciteerd in het Nieuwe Testament, in Matteüs 19:5, Marcus 10:7 en Efeziërs 5:31. Terwijl in de brontekst de verschillen minimaal zijn, lopen deze teksten in de NBV nogal uiteen. In de NBV21 worden ze nauwkeurig op elkaar afgestemd.

24 Daarom maakt een man zich los van zijn vader en moeder en hecht hij zich aan zijn vrouw, en zij zullen één lichaam zijn.

25 Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

Heb jij de NBV21 al gereserveerd?

De NBV21 is de bijbelvertaling van de 21e eeuw. De NBV21 combineert al het goede van de NBV met alles wat er nog beter kon. Het resultaat: een vertaling die vertrouwd voelt en als nieuw. De NBV21 verschijnt in oktober 2021.