Terug naar Kafarnaüm

Matteüs 9:2

NBV
Wees gerust
NBV21
Houd moed, mijn kind

Het woord waarmee Jezus de man moed inspreekt, komt vaker voor in de evangeliën: als Jezus zijn leerlingen moed inspreekt tijdens een storm op het water en als Hij zieken moed inspreekt. We hebben gezocht naar een bemoediging die op alle plaatsen gebruikt kan worden. Dat lukt het beste met ‘houd moed’.

In de brontekst spreekt Jezus de verlamde aan met ‘mijn kind’, maar in de NBV staan die woorden niet. Het argument was dat de aanspreking ‘mijn kind’ geen natuurlijk Nederlands is. Inderdaad zou je iemand die niet je kind is in het Nederlands nooit aanspreken als ‘mijn kind’. Veel lezers blijken er echter grote moeite mee te hebben dat deze woorden nu in de vertaling ontbreken. We hebben daarom goed uitgezocht hoe gewoon of ongewoon deze manier van aanspreken in het Grieks is. Het blijkt ook in het Grieks opvallend te zijn als je iemand buiten je familie als ‘mijn kind’ aanspreekt. Het is dus ook in de brontekst een ongewone uitdrukking. Daarom kiezen we ervoor in de NBV21 deze woorden toch zo in de vertaling op te nemen, ook al klinkt het in het Nederlands ongewoon. Het is een betekenisvol onderdeel van de tekst.

Matteüs 9:2

NBV
Uw zonden worden u vergeven
NBV21
Uw zonden zijn u vergeven

De Griekse werkwoordsvorm die hier staat laat zien: het gebeurt op dit moment. Eigenlijk zegt Jezus ‘hierbij zijn uw zonden vergeven’. Zo heeft de NBV het ook opgevat, maar de vertaling met ‘worden’ is een beetje dubbelzinnig: dat kun je ook makkelijk lezen alsof het in de toekomst gaat gebeuren, terwijl dat niet de bedoeling is. Daarom kiezen we in de NBV21 voor ‘zijn’. Dat maakt duidelijk dat het ‘hier en nu’ gebeurt, door het machtswoord van Jezus zelf.

1 Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. 2 Daar brachten een paar mensen een verlamde bij Hem op een draagbed. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Houd moed, mijn kind, uw zonden zijn u vergeven.’ 3 Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Die man slaat godslasterlijke taal uit! 4 Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? 5 Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? 6 Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 7 En hij stond op en ging naar huis. 8 Toen de mensen dit zagen, werden ze van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die Hij aan mensen verleent.

9 Toen Jezus van daar verderging, zag Hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Hij stond op en volgde Hem. 10 Toen Hij in zijn huis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met Hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. 11 De farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ 12 Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. 13 Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil Ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

14 Daarop kwamen de leerlingen van Johannes bij Hem en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’ 15 Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. 16 Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter. 17 Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de jonge wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’

Verschillende genezingen

Matteüs 9:22

NBV
Wees gerust
NBV21
Houd moed, mijn dochter

Voor ‘houd moed’, zie hierboven bij Matteüs 9:2. Voor ‘mijn dochter’ geldt hetzelfde als voor ‘mijn kind’ in Matteüs 9:2 (zie hierboven). In het Nederlands gebruik je de aanspreking ‘mijn dochter’ zelden of nooit: dit is geen gangbaar Nederlands. Maar bij nader inzien blijkt het ook in het Grieks ongebruikelijk te zijn om iemand buiten je familie als ‘mijn dochter’ aan te spreken. Omdat het dus ook in de brontekst een opvallende uitdrukking is, gebruiken we ‘mijn dochter’ ook in de NBV21, ook al klinkt dat in het Nederlands ongewoon.

18 Hij was nog niet uitgesproken of er kwam een vooraanstaand man naar hen toe die zich voor Hem neerwierp en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’ 19 Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen. 20 Plotseling naderde hen van achteren een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze raakte de zoom van zijn mantel aan, 21 want ze dacht: Als ik alleen zijn mantel maar kan aanraken, zal ik genezen. 22 Jezus draaide zich om, en toen Hij de vrouw zag zei Hij: ‘Houd moed, mijn dochter, uw geloof heeft u gered.’ En vanaf dat moment was de vrouw genezen.

23 Aangekomen bij het huis van de man zag Jezus de fluitspelers en de luid weeklagende menigte 24 en Hij zei: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’ Ze lachten Hem uit. 25 Nadat iedereen was weggestuurd, ging Hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op. 26 Dit verhaal verspreidde zich in de hele omgeving.

27 Toen Jezus van daar verderging, volgden Hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ 28 En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Ja, Heer!’ 29 Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ 30 En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ 31 Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving.

32 Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij Hem die bezeten was en niet kon spreken. 33 Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld en zei: ‘Zoiets is in Israël nog nooit vertoond!’ 34 Maar de farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat Hij demonen kan uitdrijven.’

Uitzending van de twaalf leerlingen

35 Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf de mensen onderricht in hun synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. 36 Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze uitgeput en hulpeloos waren, als schapen zonder herder. 37 Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. 38 Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

Heb jij de NVB21 al gereserveerd?

De NBV21 is de bijbelvertaling van de 21e eeuw. De NBV21 combineert al het goede van de NBV met alles wat er nog beter kon. Het resultaat: een vertaling die vertrouwd voelt en als nieuw. De NBV21 verschijnt in oktober 2021.