Wijsheid spreekt

Spreuken 8:1

NBV
Roept Wijsheid niet, laat Inzicht haar stem niet horen?
NBV21
Hoor! Wijsheid roept, Inzicht laat haar stem horen.

Spreuken 8 opent in de brontekst met een retorische vraag om de aandacht van de lezer te trekken. Om datzelfde effect in het Nederlands te bereiken is de retorische vraag niet zo geschikt. Want aan het begin van een nieuw hoofdstuk heeft de lezer geen houvast om de kracht van zo’n retorische vraag aan te voelen. Een krachtige uitroep dient dat doel veel beter. Het is dan meteen duidelijk wat er van de lezer wordt verwacht: opletten!

1 Hoor! Wijsheid roept,

Inzicht laat haar stem horen.

2 Wijsheid heeft zich opgesteld op een heuvel langs de weg,

bij het kruispunt van de wegen.

3 Bij de poorten van de stad, bij de ingang,

bij de toegangswegen klinkt haar stem:

4 ‘Mensen, tot jullie roep ik,

ik richt mij tot iedereen.

5 Onnozele mensen, word toch eens verstandig,

dwazen, denk eens na!

6 Luister, ik vertel je waardevolle dingen,

mijn woorden zijn waarachtig.

7 Mijn mond verkondigt slechts de waarheid,

mijn lippen haten onbetrouwbaarheid.

8 Op mijn uitspraken kun je vertrouwen,

niets is vals of krom.

9 Ze zijn duidelijk voor iemand met inzicht,

eenvoudig voor wie kennis heeft verworven.

10 Stel mijn lessen boven zilver,

mijn kennis boven zuiver goud.

11 Want wijsheid is meer waard dan edelstenen,

alles wat je ooit zou kunnen wensen

valt bij de wijsheid in het niet.’

12 Ik, Wijsheid, ik woon bij Beraad,

door bezinning verwerf ik kennis.

13 Wie ontzag heeft voor de heer, haat het kwaad.

Ik verafschuw trots en hoogmoed,

valsheid en leugens.

14 Bij mij vind je beraad en overleg,

ik bied inzicht, ik geef kracht.

15 Door mij regeren koningen,

bepalen heersers wat rechtvaardig is.

16 Vorsten heersen dankzij mij,

ik laat leiders rechtvaardig regeren.

17 Wie mij liefheeft heb ik ook lief,

wie mij zoekt, zal mij vinden.

Spreuken 8:18

NBV
Rijkdom en eer zijn mijn bezit, duurzame weelde en gerechtigheid.
NBV21
Rijkdom en eer heb ik te bieden, blijvende weelde en voorspoed.

De letterlijke vertaling van de woorden die Wijsheid hier spreekt is ‘bij mij zijn rijkdom en eer’. Dat kun je op twee manieren opvatten: dat Wijsheid rijkdom en eer bezit, of dat Wijsheid rijkdom en eer te bieden heeft. De NBV kiest voor het eerste, maar het centrale punt in Spreuken 8 is wat Wijsheid haar hoorders te bieden heeft (zie ook vers 14).

In het tweede deel van dit vers spreekt de NBV van ‘duurzame weelde’. Dat is in het Nederlands een ongebruikelijke combinatie. De keuze voor ‘blijvende weelde’ klinkt natuurlijker. Daar kiezen we voor in de NBV21.

18 Rijkdom en eer heb ik te bieden,

blijvende weelde en voorspoed.

19 Wat ik geef is kostbaarder dan het zuiverste goud,

ik bied je meer dan het fijnste zilver.

20 Ik ga de weg van de rechtvaardigheid,

ik volg de paden van het recht

21 om rijk te maken wie mij liefheeft,

om zijn schatkamers te vullen.

Spreuken 8:22

NBV
De HEER heeft mij vóór al het andere verworven, toen hij zijn scheppingswerk begon, schiep hij eerst mij.
NBV21
De HEER heeft mij vóór al het andere geschapen, toen Hij zijn scheppingswerk begon, was ik zijn eersteling.

Het werkwoord qanah kan zowel ‘scheppen’ (Exodus 15:16) als ‘verwerven’ (Psalm 74:2) betekenen. De NBV kiest voor ‘verwerven’, maar brengt de betekenis ‘scheppen’ er aan het eind van de zin ook nog in. In deze context staat het ‘scheppen’ echter centraal. De betekenis ‘verwerven’ past hier veel minder goed. Daarom kiezen we in de NBV21 ondubbelzinnig voor de betekenis ‘scheppen’. Daarmee volgen we de gangbare uitleg.

22 De heer heeft mij vóór al het andere geschapen,

toen Hij zijn scheppingswerk begon, was ik zijn eersteling.

23 Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was,

nog voor de aarde vorm kreeg.

24 Toen er nog geen oceanen waren, werd ik voortgebracht,

nog voor de bronnen met hun waterstromen.

25 Voordat de bergen verankerd waren, werd ik voortgebracht,

nog voor er heuvels waren.

26 De aarde en de velden had de heer nog niet geschapen,

geen korrel zand was nog gemaakt.

27 Ik was erbij toen Hij de hemel zijn plaats gaf

en een cirkel om het water trok,

28 de wolken aan de hemelkoepel plaatste,

de oceanen bruisend op liet wellen,

29 toen Hij aan de zeeën grenzen stelde,

het water met zijn woord zijn plaats gaf,

de fundamenten van de aarde legde.

30 Ik was zijn lieveling,

een bron van vreugde, elke dag opnieuw.

Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid,

Spreuken 8:31

NBV
vond vreugde in zijn hele aarde en was blij met alle mensen.
NBV21
vond vreugde in zijn hele aarde en verheugde mij in de mensheid.

Dit vers maakt duidelijk dat Wijsheid blij was met de schepping van de mens. Maar de woordkeus in het tweede deel van het vers is te vlak en past niet goed bij het taalgebruik in de voorafgaande verzen. Beter is het om met ‘zich verheugen’ aan te sluiten bij de combinatie van ‘vreugde’ en ‘verheugen’ uit vers 30. Met de woorden ‘alle mensen’ aan het slot wordt de suggestie gewekt dat Wijsheid blij was met elk mens afzonderlijk. Uit de context blijkt echter dat het hier gaat over de mensheid als geheel.

31 vond vreugde in zijn hele aarde

en verheugde mij in de mensheid.

32 Nu dan, kinderen, luister naar mij,

gelukkig is wie op mijn wegen blijft.

33 Luister naar wat ik je leer, en word wijs,

negeer mijn lessen niet.

34 Gelukkig de mens die naar mij luistert,

dag in dag uit bij mijn woning staat,

de wacht houdt bij mijn deur.

35 Want wie mij vindt, vindt het leven,

en ontvangt de gunst van de heer.

36 Wie aan mij voorbijgaat, doet zichzelf veel kwaad,

wie mij haat, bemint de dood.

Heb jij de NVB21 al gereserveerd?

De NBV21 is de bijbelvertaling van de 21e eeuw. De NBV21 combineert al het goede van de NBV met alles wat er nog beter kon. Het resultaat: een vertaling die vertrouwd voelt en als nieuw. De NBV21 verschijnt in oktober 2021.