Mordechais droom

1 In het tweede jaar van de regering van koning Artaxerxes de Grote, op de eerste dag van de maand nisan, had Mordechai, de zoon van Jaïr, de zoon van Simi, de zoon van Kis, uit de stam Benjamin, een droom. 2-3 Deze Mordechai was een Jood, een van de mensen die samen met Jechonja, de koning van Juda, door koning Nebukadnessar van Babylonië als ballingen uit Jeruzalem waren weggevoerd, en hij woonde in de stad Susa. Hij was een invloedrijk man, die een functie aan het koninklijk hof bekleedde.

4 Dit was de droom van Mordechai: Geschreeuw en tumult, donderslagen en aardbevingen, verwarring op aarde. 5 Twee grote draken gingen op elkaar af, klaar om te vechten. Ze brulden luid, 6 en door dit gebrul maakten alle volken zich op voor de strijd tegen het volk van de rechtvaardigen. 7 Een dag van diepe duisternis, verdrukking en benauwenis, geweld en grote verwarring op aarde. 8 Er brak paniek uit onder het rechtvaardige volk; ze vreesden dat onheil hen zou treffen en bereidden zich voor op hun ondergang. 9 Ze riepen God aan, en uit hun roepen ontstond een grote watervloed, zoals uit een kleine bron een brede rivier. 10 Het zonlicht verscheen, de nederigen werden verheven en wie in hoog aanzien stonden werden door hen verzwolgen.

11 Nadat Mordechai wakker geworden was, bleef hij nadenken over zijn droom, waarin hij gezien had wat God van plan was; tot laat in de avond spande hij zich in om de droom tot in detail te begrijpen.

Mordechai verijdelt een aanslag

12 Eens lag Mordechai in de hof van het paleis te rusten, evenals Gabata en Tarra, twee eunuchen die de koning als paleiswachter dienden. 13 Hij hoorde hoe zij met elkaar overlegden, luisterde aandachtig en kwam zo te weten dat ze een plan beraamden om koning Artaxerxes om het leven te brengen. Hij bracht de koning van hun voornemen op de hoogte. 14 De koning onderwierp de twee eunuchen aan een verhoor; ze bekenden en werden weggeleid. 15 De koning liet deze gebeurtenis schriftelijk vastleggen, opdat de herinnering eraan bewaard zou blijven, en ook Mordechai schreef erover. 16 Zo kwam het dat de koning Mordechai een functie aan het hof verleende en hem geschenken gaf.

17 Haman, de zoon van Hammedata, een Bugeeër, stond bij de koning in hoog aanzien. Hij zon op middelen om Mordechai en diens volk kwaad te doen, om wat er gebeurd was met de twee eunuchen van de koning.

1

Koningin Wasti verstoten

18-20 Enige tijd later, in het derde regeringsjaar van Artaxerxes – de Artaxerxes die over honderdzevenentwintig provincies heerste, tot in India – gebeurde het volgende. In dat jaar, toen hij voor het eerst in Susa zetelde, richtte de koning een feestmaal aan voor zijn hovelingen, voor de rijksgroten van de Perzen en de Meden, voor gasten uit andere volken en voor de oppersatrapen.

21-22 Toen dit feest voorbij was en de koning honderdtachtig dagen lang de rijkdom van zijn koninkrijk en de pracht en praal waarin hij zich verheugde tentoongespreid had, richtte hij voor de inwoners van de stad, afkomstig uit alle volken, een drinkgelag aan, dat zes dagen duurde. Het werd gehouden in de binnenhof van het koninklijk paleis, 23 die versierd was met draperieën van fijn linnen en katoen. Met purperen linnen koorden waren deze bevestigd aan de gouden en zilveren kapitelen van marmeren en granieten zuilen. Op een mozaïekvloer van smaragd, parelmoer en marmer stonden gouden en zilveren rustbanken, waarover ragfijne spreien met een borduursel van kleurrijke bloemmotieven lagen, en overal waren rozen gestrooid. 24 Er waren bekers van goud en zilver en ook viel er een kleine robijnen beker te bewonderen ter waarde van dertigduizend talent. En er was een overvloed aan zoete wijn zoals de koning die zelf graag dronk. 25 Er golden voor dit drinkgelag geen van tevoren vastgestelde regels, omdat koning Artaxerxes het zo wilde; hij had de hofmeesters opgedragen aan zijn wensen en aan die van de gasten tegemoet te komen. 26 Ook Wasti, de koningin, richtte een drinkgelag aan, voor de vrouwen in het koninklijk paleis.

27 Op de zevende dag, toen koning Artaxerxes in een vrolijke stemming was, beval hij Haman, Bazan, Tarra, Boraze, Zatolta, Abataza en Taraba – de zeven eunuchen die zijn dienaren waren – 28 om de koningin bij hem te brengen. Hij wilde haar in haar waardigheid bevestigen door haar de koninklijke hoofdband om te doen, en haar schoonheid laten zien aan de rijksgroten en de gasten uit andere volken, want zij was mooi. 29 Maar koningin Wasti gehoorzaamde hem niet, ze weigerde met de eunuchen mee te gaan. De koning voelde zich gekwetst. Woedend 30 liet hij zijn hovelingen weten wat Wasti gezegd had, en hij voegde eraan toe: ‘Vel uw oordeel overeenkomstig de wet.’

31 Van de rijksgroten van de Perzen en de Meden waren Arkeseüs, Sarsateüs en Malesear de meest vertrouwde raadsheren van de koning, ze bekleedden de hoogste posities. Zij traden naar voren 32 en deelden hem mee hoe er volgens de wet ten opzichte van koningin Wasti gehandeld diende te worden, nu zij niet gedaan had wat de eunuchen haar namens de koning hadden bevolen. 33 Memuchan zei tegen de koning en de rijksgroten: ‘Niet alleen tegenover de koning heeft koningin Wasti zich misdragen, maar ook tegenover alle rijksgroten en bestuurders van het koninkrijk.’ 34-35 (De koning had hun immers verteld wat de koningin had gezegd en hoe zij hem tegengesproken had.) ‘Als de gemalinnen van de Perzische en Medische rijksgroten horen hoe zij tegen koning Artaxerxes is ingegaan, zullen zij vandaag nog op eenzelfde wijze hun echtgenoten met minachting tegemoet durven treden. 36 Laat de koning daarom, als het hem goeddunkt, een koninklijk besluit uitvaardigen dat schriftelijk als een wet van de Meden en de Perzen wordt vastgelegd, zodat het niet kan worden veranderd. Hierin moet bepaald worden dat de koningin voortaan geen toegang meer heeft tot de koning en dat hij haar koninklijke waardigheid aan een vrouw zal geven die beter is dan zij. 37 Laat overal bekend worden welke wet de koning voor zijn rijk wenst uit te vaardigen. Dan zullen alle vrouwen hun echtgenoten, arm of rijk, met respect bejegenen.’ 38 Het voorstel van Memuchan vond instemming bij de koning en de rijksgroten, en de koning volgde het op. 39 Hij stuurde brieven naar alle delen van zijn rijk, naar elke provincie in haar eigen taal, met als gevolg dat alle mannen thuis respect werd betoond.