1 Op die dag storten zeven vrouwen zich op één man:

‘Wij zullen zelf voor ons voedsel zorgen

en in onze eigen kleding voorzien.

Laat ons slechts uw naam dragen,

neem de schande van ons weg.’

De HEER vernieuwt Jeruzalem

2 Op die dag zal wat de HEER laat ontspruiten een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. 3 Ieder die nog in Sion over is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven opgeschreven zijn. 4 Wanneer de HEER het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur, 5 dan zal Hij boven de plaats waar de Sion ligt en waar men bijeenkomt, een wolk scheppen voor overdag en een lichtend vuur met rook en vlammen voor de nacht. Die zullen de luister van de Sion overdekken, 6 als een hut die schaduw biedt in de hitte van de dag, en een schuilplaats tegen storm en regen.