Profetie over de komende glorie

Ontwerp-zonder-titel-4

Eerbiedshoofdletters in NBV21 en HSV: beleid en theologie

Een opvallende wijziging in de NBV21 is de hoofdletters bij woorden die verwijzen naar God, Jezus en de heilige Geest: U, Ik, Hij: De eerbiedshoofdletters.

1 De geest van God, de HEER, rust op mij,

want de HEER heeft mij gezalfd.

Om aan armen het goede nieuws te brengen

heeft Hij mij gezonden,

om aan verslagen harten hoop te bieden,

om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken

en aan geketenden hun bevrijding,

2 om een genadejaar van de HEER uit te roepen

en een dag van wraak voor onze God,

om allen die treuren te troosten,

3 om aan Sions treurenden te schenken:

een kroon op hun hoofd in plaats van stof,

vreugdeolie in plaats van rouw,

feestkledij in plaats van verslagenheid.

Men noemt hen Terebinten van gerechtigheid,

geplant door de HEER als teken van zijn luister.


4 Wat al eeuwen verwoest ligt, zullen zij herbouwen,

de lang verlaten streken weer bevolken;

ze herstellen de vervallen steden,

door vroegere generaties verlaten.

5 Vreemden staan je ten dienste en hoeden je schapen,

vreemdelingen bewerken je akkers en wijngaarden.

6 En jullie worden priesters van de HEER genoemd,

dienaren van onze God zul je heten.

Je zult je tegoed doen aan de rijkdom

door vreemde volken vergaard,

je zult je met hun luister bekleden.

7 In plaats van schande en smaad

zul je een dubbele vergoeding ontvangen,

je zult juichen over je lot:

van het land zul je dubbel erven

en eeuwige vreugde is je deel.

8 Want Ik, de HEER, heb het recht lief,

Ik haat offers van roofgoed.

Ik zal hen getrouw belonen,

een eeuwig verbond sluit Ik met hen.

9 Hun kinderen zullen vermaard zijn bij alle volken,

elke natie kent hun nageslacht.

Dan zullen allen die hen zien erkennen:

‘Dat zijn de kinderen die de HEER heeft gezegend.’


10 Ik vind grote vreugde in de HEER,

mijn hele wezen jubelt om mijn God.

Hij deed mij het kleed van de redding aan,

hulde mij in de mantel van de gerechtigheid,

zoals een bruidegom een kroon opzet,

zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.

11 Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt,

zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen,

zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen

en glorie voor het oog van alle volken.