1 Voor de koorleider. Van David, een psalm.


2 Vol verlangen heb ik op de HEER gewacht

en Hij boog zich naar mij toe,

Hij heeft mijn roep om hulp gehoord.

3 Hij trok mij uit de kuil van het graf,

uit de modder, uit het slijk.

Hij zette mij neer op een rots,

een vaste grond voor mijn voeten.


4 Hij gaf mij een nieuw lied in de mond,

een lofzang voor onze God.

Mogen velen het zien vol ontzag

en vertrouwen op de HEER.


5 Gelukkig de mens

die vertrouwt op de HEER

en zich niet keert tot hoogmoedigen,

tot hen die verstrikt zijn in leugens.


6 Veel wonderen hebt U verricht,

veel goeds voor ons besloten,

HEER, mijn God.

Niemand is te vergelijken met U!

Wil ik erover spreken, ervan verhalen,

het is te veel om op te sommen.


Ontwerp-zonder-titel-4

Eerbiedshoofdletters in NBV21 en HSV: beleid en theologie

Een opvallende wijziging in de NBV21 is de hoofdletters bij woorden die verwijzen naar God, Jezus en de heilige Geest: U, Ik, Hij: De eerbiedshoofdletters.

7 Offers en gaven verlangt U niet,

brand- en reinigingsoffers vraagt U niet.

Nee, U hebt mijn oren voor U geopend

8 en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,

over mij is in de boekrol geschreven.’

9 Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,

diep in mij koester ik uw wet.


10 Wanneer het volk bijeen is,

spreek ik over uw rechtvaardigheid,

ik houd mijn lippen niet gesloten,

U weet het, HEER.

11 Uw goedheid verberg ik niet in mijn hart,

maar ik getuig van uw trouw en uw hulp.

In de kring van het volk verheel ik niet

hoe liefdevol, hoe trouw U bent.


12 U, HEER,

U weigert mij uw ontferming niet,

uw liefde en uw trouw

zullen mij steeds bewaren,


13 ook nu rampen mij omringen,

talloos vele,

nu mijn zonden mij achtervolgen

en ik geen uitweg zie,

nu ze talrijker zijn dan de haren op mijn hoofd

en de moed mij is ontzonken.


14 Wil uitkomst brengen, HEER,

HEER, kom mij haastig te hulp.


15 Laat beschaamd en vernederd worden

wie mij naar het leven staan,

met schande terugwijken

wie mijn ongeluk zoeken,

16 van schaamte verstommen

wie de spot met mij drijven.


17 Wie bij U hun geluk zoeken

zullen lachen en vrolijk zijn,

wie van U hun redding verwachten

zullen steeds weer zeggen:

‘Groot is de HEER.’


18 Ik ben arm en zwak,

Heer, denk aan mij.

U bent mijn helper, mijn bevrijder,

mijn God, wacht niet langer.