1 Als jou de leiding van een feestmaal wordt gegeven,

laat je daar dan niet op voorstaan.

Wees als een gast onder je gasten,

bekommer je eerst om hen, ga pas daarna zelf zitten.

2 Neem pas plaats wanneer je al je taken hebt vervuld,

dan verheug je je over hun tevredenheid

en krijg je een krans voor je hoffelijkheid.

Gepast en ongepast spreken

3 Oude man, het siert je het woord te nemen

en te spreken over zaken waarvan je kennis hebt.

Wees echter stil wanneer er muziek wordt gemaakt,

4 stort tijdens een uitvoering geen woordenvloed uit,

toon je wijsheid niet op een ongelegen moment.

5 Muziek terwijl je samen wijn drinkt,

is als een zegel van granaat op een gouden sieraad.

6 Als een zegel van smaragd in goud gevat,

zo is een melodie bij kostelijke wijn.


7 Jongeman, spreek alleen als het nodig is

en hoogstens als het je tweemaal wordt gevraagd.

8 Spreek kort, zeg veel met weinig woorden,

wees als iemand die weet en toch zwijgt.

9 Ben je onder aanzienlijken, laat je dan niet gelden,

ben je onder oude mensen, voer dan niet het hoogste woord.

10 Zoals de bliksem voor de donder komt,

zo snelt de vriendelijkheid een bescheiden mens vooruit.

11 Ga op tijd weer weg, treuzel niet,

ga snel naar huis en blijf niet rondhangen.

12 Thuis kun je je vermaken en doen wat je prettig vindt,

maar bezondig je niet aan hooghartige woorden.

13 Prijs om dit alles Hem die je gemaakt heeft

en jou met zoveel goeds overstelpt.

Ontzag voor de Heer en de wet

14 Wie ontzag heeft voor de Heer, aanvaardt zijn onderricht,

wie Hem in alle vroegte zoekt, ondervindt zijn gunst.

15 Wie de wet zoekt, wordt ervan vervuld,

wie hem veinst te zoeken, komt erdoor ten val.

16 Wie ontzag heeft voor de Heer, leert wat rechtvaardig is

en laat zijn voorschriften schijnen als een licht.

17 Een zondig mens schuift een terechtwijzing terzijde,

hij legt haar uit zoals het hem uitkomt.


18 Een bedachtzaam mens bezint zich op alles,

maar een hoogmoedige buitenstaander deinst nergens voor terug.

19 Handel nooit zonder na te denken,

en als je handelt, aarzel dan niet.

20 Ga niet over een moeilijk begaanbare weg,

je zou over stenen kunnen struikelen.

21 Kijk ook uit op een effen weg

22 en pas zelfs op voor je kinderen!

23 Heb vertrouwen in jezelf bij alles wat je doet,

ook daarmee houd je je aan de geboden.

24 Wie op de wet vertrouwt, neemt de geboden in acht,

wie op de Heer vertrouwt, wordt niet geschaad.