500-christiaan-erwich

“MiMi” ontrafelt wie wie is in de Bijbel

Dr. Christiaan Erwich is kortgeleden gepromoveerd aan de VU op een onderzoek naar de Psalmen. Hij gebruikte de computer om complexe vragen in het Hebreeuwse Oude Testament op de lossen.

1 Hooglied, van Salomo.

Zij

Ontwerp-zonder-titel-4

Eerbiedshoofdletters in NBV21 en HSV: beleid en theologie

Een opvallende wijziging in de NBV21 is de hoofdletters bij woorden die verwijzen naar God, Jezus en de heilige Geest: U, Ik, Hij: De eerbiedshoofdletters.

2 Laat hij mij kussen,

laat zijn mond mij kussen!

Jouw liefde is zoeter dan wijn,

3 zoet is de geur van je huid,

je naam is een kostbaar parfum.

Daarom houden de meisjes van jou.

4 Neem mij met je mee. Laten we rennen!


Mijn koning brengt mij in zijn kamers.


Laten we juichen en zingen om jou!

Laten we jouw liefde prijzen,

meer nog dan wijn.

Natuurlijk houden de meisjes van jou!


5 Meisjes van Jeruzalem,

donker ben ik, en mooi,

als de tenten van Kedar,

als het doek van Salomo’s tenten.

6 Kijk niet op mij neer omdat ik donker ben,

omdat de zon mij heeft gebrand.

Mijn moeders zonen waren hard voor mij:

ik moest hun wijngaarden bewaken.

Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt.


7 Zeg mij toch, mijn allerliefste,

waar laat jij je kudde weiden,

waar laat jij die ’s middags rusten?

Laat me toch niet zwaar gesluierd

langs de kudden van je vrienden gaan.

Hij

8 Als je mij niet vinden kunt,

mooiste van alle vrouwen,

volg dan het spoor van de kudde,

weid je geiten waar de herders schuilen.


9 Vriendin van mij,

met een merrie voor farao’s wagen

vergelijk ik jou!

10 Hoe lieflijk zijn je wangen en je ringen,

hoe sierlijk zijn je hals en je ketting.

11 Laten we een gouden sieraad voor je maken,

bezaaid met zilveren stipjes.

Zij

12 Nu mijn koning op zijn rustbed ligt,

geurt mijn nardus zoet.

13 Mijn lief is mij een bundel mirre,

hij slaapt tussen mijn borsten.

14 Mijn lief is mij een hennatros

in de wijngaarden van Engedi.

Hij

15 Je bent zo mooi, vriendin van mij,

je bent zo mooi!

Je ogen zijn duiven.

Zij

16 Wat ben je mooi, mijn lief,

wat ben je bekoorlijk.

Het groen is ons bed,

17 de balken van ons huis zijn ceders,

de binten zijn cipressen.