Hij

admin-ajax

Bijbel voor dummies: zeven bijbelverzen om uit het hoofd te leren

Er zijn bijbelcitaten die prachtig prijken op een keramieken of digitale tegel. Er zijn stukjes tekst die je steeds opnieuw moet lezen om ze beter te gaan begrijpen. Maar er zijn ook bijzondere zinnen die krachtiger worden wanneer je ze luidop laat klinken. Deze zeven stukjes zijn alvast de moeite waard om uit het hoofd te leren. Voor jezelf, of ter inspiratie van je omgeving.

1 Je bent zo mooi, vriendin van mij,

je bent zo mooi!

Je ogen zijn duiven,

door je sluier heen.

Je haar golft als een kudde geiten

die afdaalt van Gileads bergen.

2 Je tanden zijn als witte schapen:

klaar voor de scheerder

komen ze twee aan twee uit het water,

er ontbreekt er niet een.

3 Als een koord van karmozijn zijn je lippen,

je mond is betoverend.

Als het rood van een granaatappel

fonkelt je lach,

door je sluier heen.

4 Je hals is als de toren van David,

die in ringen is gebouwd,

die met schilden is behangen,

met duizend pijlkokers van helden.

5 Je borsten zijn als kalfjes,

als de tweeling van een gazelle,

die tussen de lelies weidt.

6 Nu de dag weer ademt

en het duister vlucht,

ga ik naar de mirreberg,

ga ik naar de wierookheuvel.

7 Vriendin, aan jou is alles mooi,

niets ontsiert je schoonheid.


8 Mijn bruid, ga met me mee,

kom mee, weg van de Libanon.

Daal af van de top van de Amana,

de top van de Senir, de Hermon.

Weg van de bergen waar leeuwen huizen,

weg van de holen waar panters schuilen.

9 Zusje, bruid van mij,

je brengt me in vervoering,

je brengt me in verrukking

met maar één blik van je ogen,

met één flonker van je ketting.

10 Zusje, bruid van mij,

hoe heerlijk is jouw liefde,

hoeveel zoeter nog dan wijn.

Hoeveel zoeter is je geur

dan alle balsems die er zijn.

11 Mijn bruid, je lippen druipen van honing,

melk en honing proef ik onder je tong,

je kleed geurt naar de Libanon.


12 Zusje, bruid,

een besloten hof ben jij,

een gesloten tuin,

een verzegelde bron.

13 Aan jou ontspruit een boomgaard vol granaatappels,

met een overvloed aan vruchten,

hennabloemen, nardusplanten,

14 nardus en saffraan, kalmoes en kaneel,

wierookbomen, allerlei soorten,

mirre, aloë,

balsems, allerfijnst.

15 Je bent een bron omringd door tuinen,

een wel van levend water,

een bergbeek van de Libanon.

Zij

16 Ontwaak, noordenwind! Kom, zuidenwind!

Waai door mijn hof,

laat zijn balsems geuren.

Mijn lief moet in zijn hof komen,

laat hij daar zijn zoete vruchten proeven.