Meisjes

vaandelvrouw

Waarom de vaandelvrouw verdwijnt

Elke bijbelvertaling maakt unieke keuzes. Soms kun je daaraan een vertaling herkennen. Bij de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is dat bijvoorbeeld de uitdrukking ‘lucht en leegte’ in Prediker.

1 Waar is je lief naartoe gegaan,

mooiste van alle vrouwen,

waar is je lief naartoe?

Laten we hem samen zoeken.

Zij

2 Mijn lief is naar zijn tuin gegaan,

naar zijn balsemtuin beneden.

Daar wil hij weiden,

daar wil hij lelies plukken.

3 Ik ben van mijn lief,

en mijn lief is van mij.

Hij weidt tussen de lelies.


*

Hij

4 Je bent zo mooi, vriendin van mij,

zo bekoorlijk als Tirsa,

zo lieflijk als Jeruzalem,

een ontzagwekkende verschijning.

5 Wend je ogen af, ze verwarren mij.

Je haar golft als een kudde geiten

die afdaalt van de Gilead.

6 Je tanden zijn als witte schapen:

twee aan twee komen ze uit het water,

er ontbreekt er niet een.

7 Als het rood van een granaatappel

fonkelt je lach,

door je sluier heen.


8 Ook al zijn er zestig koninginnen,

en wel tachtig bijvrouwen,

meisjes zonder tal,

9 zoals mijn duif is er maar één,

mijn allermooiste is de enige.

De enige voor haar moeder is zij,

een stralend licht voor wie haar baarde.

Alle meisjes die haar zien, prijzen haar gelukkig,

elke koningin, elke bijvrouw juicht haar toe.

Meisjes

10 Wie is zij,

die daar oplicht als de dageraad,

zo helder als de volle maan,

zo stralend als de zon,

wie is die ontzagwekkende verschijning?

Hij

11 Ik ging naar mijn notengaard beneden,

om te kijken naar de bloesems bij de beek,

naar de ranken aan de wijnstok,

de granaatappels in bloei.

12 En plotseling voelde ik mij meegevoerd

als op een wagen van mijn nobel volk.